Het levensverzekeringscontract (ook polis genoemd)

Welke verschillende personen zijn betrokken bij het contract?

  • de verzekeringsnemer: iemand die een verzekeringscontract afsluit met een verzekeraar en daar premies voor betaalt;
  • de verzekeraar is degene die het risico dekt: in ruil voor de premies die je betaalt moet de verzekeraar op een bepaald ogenblik een in het verzekeringscontract bepaalde bedrag betalen;
  • de verzekerde: de persoon op wiens leven de verzekering betrekking heeft. Vaak is dat de verzekeringsnemer zelf. Maar je kan als verzekeringnemer een contract afsluiten waardoor je een som geld krijgt als een bepaalde persoon bijvoorbeeld jouw partner, zou sterven voor een bepaalde datum. Deze persoon is dan de verzekerde;
  • de begunstigde: de persoon in wiens voordeel de verzekering wordt afgesloten:
    • bij een overlijdensverzekering is de begunstigde degene aan wie de verzekeraar zal uitbetalen bij het overlijden van de verzekerde. Meestal zijn dit de partner of de kinderen van de overledene; maar het kan bv. ook de bank zijn bij een schuldsaldoverzekering;
    • bij een levensverzekering is de begunstigde degene aan wie de verzekeraar zal uitbetalen als de verzekerde op de in het contract vastgestelde datum nog leeft. Dit is meestal de verzekeringsnemer zelf, zoals bv. bij de uitbetaling van een pensioenverzekering op 65 jaar.  Maar dat kan evenzeer iemand anders zijn, zoals bv. een kleinkind of neefje/nichtje.

Uitsluitingsvoorwaarden

Vooral bij overlijdensverzekeringen zijn er omstandigheden waarin een verzekeraar niet moet uitbetalen. Deze omstandigheden moeten duidelijk beschreven zijn in het verzekeringscontract. Ze worden uitsluitingen genoemd. De meest voorkomende zijn:

  • zelfmoord: wanneer de verzekerde zelfmoord pleegt in het eerste jaar na ondertekening van het contract. In sommige gevallen worden in dat geval wel de betaalde premies terugbetaald. Pleegt de verzekerde meer dan één jaar na de ondertekening van het contract zelfmoord, dan betaalt de verzekeraar wel uit;
  • opzettelijke daad: bv. wanneer de verzekerde vermoord wordt door de verzekeringsnemer of de begunstigde, of op hun aanstoken;
  • misdaad: wanneer de verzekerde sterft als gevolg van een misdrijf waaraan hij heeft deelgenomen of hulp heeft geboden, bv. bij een bankoverval;
  • oorlog, terrorisme: het overlijden van een verzekerde die actief deelneemt aan een oorlog is steeds uitgesloten. Maar er zijn enkele uitzonderingen. Overlijden door zelfverdediging tijdens een oorlog of een opstand is bv. meestal wel verzekerd. Overlijden ten gevolge van een terroristische aanslag wordt door de levensverzekeringsovereenkomst gedekt;
  • gevaarlijke sporten en beroepen: veel verzekeraars sluiten sporten uit zoals deltavliegen, benji- of valschermspringen. Mits het betalen van een bijpremie zullen de meeste verzekeraars je toch verzekeren. Dat is ook het geval wanneer je een zeer gevaarlijk beroep uitoefent zoals bv. testpiloot.
  • Verzekeraars zullen meestal niet bereid zijn om met chronisch zieken (MS, diabetes, HIV, ...) een overlijdensverzekeringscontract af te sluiten, tenzij ze een hoge extra premie betalen. Dat geldt soms ook voor personen met een handicap. Als je dergelijke ziekte krijgt nadat er een verzekering werd afgesloten, is er echter geen probleem.

De Wikifin-tips

  • Let erop dat je het contract goed begrijpt. Vraag meer uitleg aan jouw verzekeraar indien nodig.
  • Lees goed de uitsluitingen in jouw contract na. Indien je met enkele daarvan niet akkoord gaat, overleg dan met jouw verzekeraar. Veel uitsluitingen kunnen immers toch verzekerd worden mits het betalen van een extra premie.
  • Bij een eenmalig risico, je gaat bv. één keer benjispringen, vraagt de verzekeraar zelfs meestal geen bijpremie. Informeer echter steeds vooraf bij jouw verzekeraar of je verzekerd bent.