Door middel van een hoekenwerk/groepswerk leren de leerlingen de meest courante betaalmiddelen en nieuwe betaalmethoden kennen. Ze bespreken de eigenschappen alsook de voor- en nadelen hiervan.
De leerlingen kiezen uit een overzicht van betaalmiddelen één of meerdere betaalmiddelen die kunnen gebruikt worden voor een specifieke aankoop. Ze houden bij hun keuze rekening met bepaalde voor-en nadelen en risico's van die betaalmiddelen.
Cash of kaart? De leerlingen kunnen het meest gepaste betaalmiddel aan een bepaalde situatie linken. Ze worden uitgedaagd via debat te gaan nadenken en te beargumenteren wat de voordelen en risico’s van elk betaalmiddel zijn.
Alex en Kato gaan naar de koopjes om te kunnen genieten van de solden. Leerlingen rekenen na of de betalingen van Alex en Kato correct zijn. Ze vertrekken van een eenvoudige probleemstelling waarbij ze moeten rekenen met percentages om de oplossing te vinden.
Leerlingen berekenen de uitverkoopprijzen van alle artikelen in een webshop voor kleding aan de hand van kortingspercentages. Ze gaan na of ze met hun beschikbaar budget meer of minder kunnen kopen en controleren de bedragen van bestelbonnen. Ze moeten ook de veiligheid van de online website nagaan.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze denken na over de inkomsten en de uitgaven van het personage en hoe ze dit kunnen aanpassen. Wat met hun inkomsten en uitgaven? Ze denken verder na over geldgedrag.
Aan de hand van eenvoudige berekeningen kunnen de leerlingen de eenheidsprijs, totaalprijs of de prijsverschillen bepalen. Ze berekenen ook hoeveel er uiteindelijk moet betaald worden.
Aan de hand van een kort stripverhaal brengen leerlingen inkomsten en uitgaven in kaart. Ze gaan na of ze iets kunnen aanpassen. Ze maken een kleine budgetoefening. Aan de hand van vragen ga je met de klas nog wat verder in op hun geldgedrag.
Leerlingen analyseren informatie over zakgeld aan de hand van tekst, grafieken en rapporten. Ze maken aan de hand van een som zakgeld een klein budget op en stellen dit grafisch voor. Leerlingen analyseren informatie over “het zakgeld in België” aan de hand van tabellen, grafieken en teksten. Ze toetsen het gegeven cijfermateriaal af met hun eigen situatie. Met een som zakgeld maken ze een klein budget op en stellen dit grafisch voor.