Kinderen, werk en financiën

Jouw baby wordt stilaan groter, en je gaat terug aan het werk. Jouw baby moet dus door iemand anders worden opgevangen. Om de juiste keuzes te maken, moet je verschillende mogelijkheden tegen elkaar afwegen. Wat zal je doen als jouw kind ziek wordt of als het niet naar school moet?

Jouw baby heb je doen beseffen dat het leven meer is dan werken alleen. En dus besluit je gebruik te maken van de verschillende verlofformules, of deeltijds te gaan werken.

Het leven is duur, zeker als je kinderen hebt! Gelukkig zijn er nog de kinderbijslag, de premies voor vakantiekampen, de studietoelagen en de woonpremies. ‘Grote gezinnen’ hebben bovendien recht op kortingen.

  1. De meesten onder ons werken buitenshuis. Onze kinderen moeten op dat moment door iemand anders worden opgevangen. Wie kan er voor jouw baby zorgen?

    Sommigen doen een beroep op familie: ouders, schoonouders,…

    Anderen schakelen hulp van buitenaf in. Breng je de kinderen dan naar een kinderdagverblijf, huur je een babysitter of een kindermeisje in?

    Meer informatie over de verschillende mogelijkheden in de Vlaamse en de Franse Gemeenschap vind je op deze website.

    Elk opvangsysteem heeft eigen kenmerken qua flexibiliteit, kostprijs, toezicht en kwaliteit. Als je aan bepaalde voorwaarden voldoet, zijn sommige formules fiscaal aftrekbaar.

    Meer informatie over het aftrekbaar maximumbedrag en de verschillende voorwaarden lees je elders op deze website.

  2. Je hebt vandaag een belangrijke vergadering op het werk. Je maakt jouw kind wakker, maar voelt dan dat het koorts heeft. Wat nu?

    Jouw kind is ziek en niemand in jouw familie kan het opvangen. Jouw moeder ligt met rugpijn in bed. Jouw schoonouders maken ergens een cruise.

    Je ziet geen andere oplossing dan het inhuren van een ziekenoppas.

    Via de aanvullende verzekering van jouw ziekenfonds kan je gelukkig iemand in huis halen om voor jouw zieke kind te zorgen. Je kan die dienst een aantal keer per jaar inschakelen. Je moet wel een bijdrage in de kosten betalen.

    Aarzel niet om nu al contact op te nemen met jouw ziekenfonds en hierover meer informatie te vragen. Zo weet je al waar je aan toe bent als er zich een noodsituatie voordoet.

  3. Specifiek verlof naar aanleiding van de komst van een kind komt elders op deze website aan bod.

    Daarnaast zijn er andere verlofformules:

    • ouderschapsverlof: op te nemen vóór uw kind 12 wordt
    • loopbaanonderbreking of tijdskrediet
    • adoptieverlof: voor kinderen jonger dan 8 jaar

    Ouderschapsverlof

    Enkel werknemersen ambtenaren hebben recht op ouderschapsverlof. Zowel mama’s als papa’s kunnen ervan genieten. En dat zowel voor hun biologische kinderen als voor adoptiekinderen.

    Ouderschapsverlof duurt maximaal 4 maanden voor wie voltijds werkt.

    Het kan:

    • voltijds: de werknemer komt gedurende 4 maanden niet werken. Die 4 maanden hoeft hij niet in één keer op te nemen. Hij kan ze spreiden over blokken van telkens een maand.
    • halftijds: de werknemer komt gedurende 8 maanden slechts halftijds werken. Die 8 maanden hoeft hij niet in één keer op te nemen. Hij/ kan ze spreiden over blokken van telkens 2, 4 of 6 maanden.
    • voor 1/5: de werknemer komt gedurende 20 maanden slechts 4/5 werken. Die 20 maanden hoeft hij niet in één keer op te nemen. Hij kan ze spreiden over blokken van 5, 10 of 15 maanden.

    Ouderschapsverlof moet worden opgenomen vóór het kind 12 jaar oud is. Voor een kind met een handicap mag je ouderschapsverlof onder bepaalde voorwaarden opnemen tot het kind 21 jaar oud is.

    In principe betaalt de Rijkdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) je tijdens het ouderschapsverlof een onderbrekingsuitkering uit.

    Meer informatie over de voorwaarden om van ouderschapsverlof te genieten, lees je op deze website. Over de specifieke regels voor ambtenaren lees je meer op deze website.

    Tijdskrediet of loopbaanonderbreking

    Met tijdskrediet (voor werknemers in de privésector) of loopbaanonderbreking (voor ambtenaren) kan je voor een periode helemaal of gedeeltelijk stoppen met werken. Er zijn verschillende formules en het bedrag van de uitkering die je ontvangt, hangt af van de voorwaarden waaraan je voldoet. Die worden dossier per dossier bekeken.

    Meer informatie over tijdskrediet en over de mogelijkheden die je in dat kader hebt, lees je op deze website.
    Meer informatie over loopbaanonderbreking lees je op deze website.

    Let op: het opnemen van tijdskrediet of loopbaanonderbreking heeft wellicht gevolgen voor:

    Adoptieverlof

    Adoptieverlof:

    • duurt maximaal 6 weken indien het kind jonger is dan 3 jaar
    • duurt maximaal 4 weken inden het kind ouder is dan 3 jaar
    • moet worden opgenomen vóór het kind 8 jaar oud is

    Meer informatie lees je elders op deze website.

  4. Nu je een kind hebt, ontvang je maandelijks kinderbijslag, vanaf de maand volgend op die van de geboorte.

    Dat bedrag wordt uitbetaald door een kinderbijslagfonds om een deel van de kosten voor de opvoeding van je kind te financieren.

    Zowel zelfstandigen, werknemers, ambtenaren of daarmee gelijkgestelden hebben recht op kinderbijslag.

    Kinderbijslag wordt maandelijks gestort, meestal op de rekening van de moeder. Woont het kind alleen, dan kan het onder bepaalde voorwaarden zelf kinderbijslag ontvangen.

    Kinderbijslag ontvang je tot op de 18de verjaardag van je kind. Als je kind verder studeert, wordt die leeftijdsgrens opgetrokken tot 25 jaar.

    Eenoudergezinnen die hun kind alléén opvoeden kunnen hogere kinderbijslag krijgen. Alles hangt af van het inkomen.

    Wat verandert er in 2019 voor de kinderbijslag?

    Vanaf 1 januari 2019 wordt de kinderbijslag niet langer beheerd door de federale overheid maar door de regio’s. Welke gevolgen heeft dit concreet voor je gezin?
    Wikifin maakt je wegwijs.

    Wat houdt de hervorming in?

    Voortaan beheer elke regio, Vlaanderen, Wallonië, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, haar eigen kinderbijslagregeling. Die regeling geldt voor alle kinderen die er gedomicilieerd zijn. Elke regio bepaalt dus zelf hoeveel de kinderbijslag er bedraagt, zorgt voor regelgeving rond de kinderbijslag en beschikt over een eigen betaalcircuit.

    Van welke regio ontvang je kinderbijslag?

    Je krijgt kinderbijslag van de regio waar jouw kind gedomicilieerd is. M.a.w. waar het is ingeschreven in het bevolkingsregister. Als je kind bijvoorbeeld gedomicilieerd is in Duitstalig België, krijg je kinderbijslag van de overheidsdienst van de Duitstalige Gemeenschap.

    Voor kinderen die in het buitenland (EU) wonen, wordt de kinderbijslag uitgekeerd door de regio waar de werkgever (of de laatste werkgever) van de sociaal verzekerde gevestigd is.

    Wat verandert er in Vlaanderen?

    Op 1 januari 2019 is in Vlaanderen de nieuwe regeling voor kinderbijslag ingegaan, met de nieuwe naam “Groeipakket”. In het Groeipakket zijn alle financiële tegemoetkomingen gebundeld die de Vlaamse overheid voor elk kind biedt (kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, kleutertoeslag, schooltoeslag).

    Het uitgangspunt is de geboortedatum van je kind.

    Is je kind geboren vóór 1 januari 2019, dan verandert er NIETS. De kinderbijslag wordt op dezelfde manier berekend als tot dusver en dit tot het einde van zijn studies of tot zijn 25ste verjaardag. Daarnaast krijg je ook de andere toeslagen van het Groeipakket. Die toeslagen hangen af van de leeftijd van je kind of worden toegekend voor bijvoorbeeld de aanvang van het schooljaar. Er gelden weliswaar een aantal voorwaarden waaraan je moet voldoen om die toeslagen te krijgen (zoals een begrenzing van het inkomen).

    Is je kind geboren op 1 januari 2019 of later, dan krijg je het NIEUWE basisbedrag voor kinderbijslag dat is vastgelegd in het Groeipakket, namelijk 163,20 euro per maand. De leeftijd en de plaats van het kind in het gezin (oudste, tweede, ...) spelen daarbij geen rol meer. Dit maandelijkse basisbedrag stijgt als je kind 6, 12 en 18 jaar wordt.

    Vanaf 2020 zullen alle gezinnen zelf hun kinderbijslagfonds kunnen kiezen. Toekomstige mama’s die hun eerste kindje verwachten in 2019, kunnen hun kinderbijslagfonds nu al kiezen.

    Voor meer informatie over de hervorming van de kinderbijslag in Vlaanderen kan je terecht op de website groeipakket.be.

    Wat verandert er in Brussel?

    In Brussel verandert er niets in 2019. De hervorming zal ingaan in 2020.

    Anders dan in Vlaanderen en Wallonië zal iedereen dan overstappen op de nieuwe regeling: alle Brusselse kinderen zullen onder het nieuwe model vallen, dus ook als ze geboren zijn vóór 2020.

    Van 0 tot 24 jaar krijgt elk enig kind dat geboren is op 1 januari 2020 of later, 150 euro.

    Heb je meer dan één kind, dan krijg je voor elk kind 150 euro tot het 12 jaar is. Tussen 12 en 24 jaar wordt dat opgetrokken tot 160 euro. Als kinderen verder studeren na hun 18e verjaardag, krijg je 170 euro.

    Voor kinderen die zijn geboren vóór 1 januari 2020 krijg je 140 euro tot eind 2025 en 150 euro vanaf 1 januari 2026.

    Iriscare heeft een rekenmachine ontwikkeld waarmee je kan berekenen hoeveel kinderbijslag je vanaf 2020 krijgt voor je kinderen.

    Wat verandert er in Wallonië?

    Alles hangt af van de geboortedatum van je kind.

    Is je kind geboren vóór 1 januari 2020, dan verandert er NIETS. De kinderbijslag wordt op dezelfde manier berekend als tot dusver en dit tot het einde van zijn studies of tot hij 25 jaar wordt.

    Wordt je kind geboren op 1 januari 2020 of later, dan val je onder de NIEUWE regeling voor het berekenen van de kinderbijslag. Daarbij gelden de volgende basisbedragen:

    • Van 0 tot 17 jaar: 155 euro per kind en per maand
    • Van 18 tot 24 jaar: 165 euro per kind en per maand

    De plaats van het kind in het gezin (oudste, tweede, ...) heeft dus geen invloed meer op het bedrag.

    Daarnaast zijn er een aantal nieuwe regels die vanaf 1 januari 2019 voor iedereen gelden:

    • hoeveel kinderbijslag je krijgt hangt niet langer af van je beroepssituatie. De sociale toeslagen worden voortaan toegekend volgens het gezinsinkomen;
    • als je kind 18 jaar wordt in 2019 blijf je automatisch kinderbijslag ontvangen tot zijn 21ste verjaardag. Dat geldt niet als je kind een werkloosheidsuitkering krijgt of een loon voor werk van meer dan 240 uur per kwartaal (behalve als het om een studentenjob gaat);
    • als je kind één van beide ouders verliest in 2019, krijgt het wezenbijslag. Het blijft de wezenbijslag ontvangen ook al huwt de overlevende ouder opnieuw of vormt hij een nieuw gezin;
    • toekomstige mama’s die hun eerste kindje verwachten in 2019 of 2020 kunnen voortaan zelf hun kinderbijslagfonds kiezen.

    Vanaf 2021 zullen alle Waalse gezinnen zelf hun kinderbijslagfonds kunnen kiezen of kunnen veranderen van fonds.

    De gedetailleerde bedragen (geboortepremie, schoolpremie, …) vind je terug in de brochure die gepubliceerd is door Famiwal, het nieuwe Waalse publieke kinderbijslagfonds.

    Voor meer informatie over de hervorming van de kinderbijslag in Wallonië kan je ook terecht op de website famiwal.be.

    Wat verandert er in de Duitstalige Gemeenschap?

    De nieuwe regeling is ingegaan op 1 januari 2019 en geldt voor alle kinderen, ongeacht of ze vóór of na 1 januari 2019 zijn geboren. De gezinsbijslag bestaat uit de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie.

    Als je kind geboren is vóór 1 januari 2019 wordt het bedrag dat je in december 2018 hebt ontvangen vergeleken met het nieuwe bedrag. Valt het nieuwe bedrag lager uit, dan blijf je het oude bedrag ontvangen tot het nieuwe bedrag voordeliger is of tot de geboorte van een nieuw kind.

    Het basisbedrag is 157 euro per kind. Daarbovenop krijg je een jaarlijkse toeslag van 52 euro. Als je aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan je nog een sociale toeslag krijgen van 75 euro.

    Vanaf het derde kind krijg je een toeslag van 135 euro per kind, ongeacht je gezinsinkomen.

    Daarnaast zijn er nog een aantal toeslagen mogelijk zoals 239 euro voor volledig wezen of een bedrag tussen 85 en 561 euro voor kinderen met een aandoening.

    Voor meer informatie over de hervorming van de kinderbijslag in de Duitstalige Gemeenschap kan je hier terecht.

  5. Twee maanden zomervakantie in juli en augustus, kerstvakantie, paasvakantie, krokusvakantie, herfstvakantie. Ouders kunnen niet altijd thuisblijven. Vakantiekampen zijn een leuke oplossing, maar kunnen een aardig centje kosten!

    Hoe kunnen we die kosten verlagen?

    Belastingvermindering

    Indien de vakantiekampen aan bepaalde voorwaarden voldoen, dan kan je een deel van het bedrag dat je betaalt van jouw inkomen aftrekken.

    Meer informatie lees je elders op deze website.

    Tussenkomst van het ziekenfonds

    Soms komt het ziekenfonds tussen in het kader van de aanvullende ziekteverzekering. Zijn bepaalde voorwaarden vervuld, dan kan je rekenen op een kleine tussenkomst. Die is uiteraard beperkt tot een maximum aantal dagen per jaar.

  6. Er wordt wel eens gezegd dat onderwijs gratis is. Maar er komen nogal wat kosten bij kijken:

    • warme maaltijden
    • voorschoolse opvang
    • naschoolse opvang en avondstudie
    • schoolreizen
    • uitstapjes
    • boeken

    En dan hebben we het nog niet eens over alle schoolbenodigdheden!

    Gelukkig bestaan er manieren om die facturen te verlichten.

    Schoolpremie

    Sinds enkele jaren ontvangen ouders begin augustus een bedrag om de kosten aan het begin van een nieuw schooljaar te dekken. Meestal wordt die schoolpremie gestort samen met de kinderbijslag van de maand juli. De premie volstaat zeker niet om alle kosten tijdens het nieuwe schooljaar van jouw kind te betalen, maar is wel mooi meegenomen.

    Hier vind je meer informatie voor Vlaanderen.

    Hier vind je meer informatie voor Brussel.

    Hier vind je meer informatie voor Wallonië.

    Hier vind je meer informatie voor Duitstalig België.

    Belastingvermindering voor schooltoezicht

    De kosten voor middagtoezicht (warme maaltijden niet inbegrepen), naschoolse opvang en avondstudie kan je tot een bepaald bedrag van jouw belastbaar beroepsinkomen aftrekken.

    Het gaat dan om kinderen jonger dan 12 jaar (of jonger dan 18 jaar als het een kind met een handicap is).

    Om van die belastingvermindering te kunnen genieten, moet je aan verschillende voorwaarden voldoen:

    Meer informatie over het maximaal aftrekbaar bedrag en de voorwaarden lees je op deze website.

    Tussenkomst van het ziekenfonds

    Soms voorziet jouw ziekenfonds een tussenkomst in het kader van een aanvullende verzekering. Zijn bepaalde voorwaarden vervuld, dan kan je voor vakantiekampen of -verblijven een klein bedrag ontvangen. Ook bosklassen, sneeuwklassen en dergelijke komen in aanmerking. Uiteraard werd een maximaal aantal dagen per jaar ingesteld.

    Studiebeurzen

    De overheid nam ook maatregelen om de onderwijskosten voor ouders met een bescheiden inkomen draaglijk te houden. Iedereen kent studiebeurzen in het hoger onderwijs. Wist je dat ook kinderen in het middelbaar onderwijs een studiebeurs kunnen krijgen? Het bedrag van de studiebeurs hangt af van de leeftijd van het kind en het inkomen van de ouders.

    Meer informatie lees je op deze website.

    De betaling van de schoolfactuur spreiden

    Krijg je het echt moeilijk om de schoolkosten van jouw kinderen te betalen? Vraag de school om hulp door, bijvoorbeeld, het aanvaarden van een afbetalingsplan.

    Steun van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)

    Heb je het echt moeilijk, klop dan aan bij het OCMW van jouw gemeente.

  7. Om een idee te krijgen van de kosten die hogere studies met zich meebrengen, en – vooral – van hoe je die allemaal kan financieren, kan je elders op deze website terecht.

  8. Drie kinderen die aan een nieuw schooljaar beginnen, drie keer warme maaltijden op school, drie treinabonnementen, kledij en schoenen, …

    Als je lid wordt van de Gezinsbond, kan je een kaart aanvragen voor ‘grote gezinnen’ (meer informatie over de Gezinsbond lees je op deze website). Met jouw kaart krijg je korting op het openbaar vervoer van de Spoorwegen en De Lijn, bij bepaalde handelaars, in culturele centra,…

    Meer informatie over die kortingen lees je op deze website.

  9. Zowel voor de huur als voor de aankoop van een huis kan je hulp krijgen via een sociale huisvestingsmaatschappij die je een sociale woning toewijst.

    Om voor een sociale woning in aanmerking te komen, mag jouw inkomen niet hoger liggen dan een bepaalde grens. Een bijkomende voorwaarde kan zijn dat je kinderen ten laste moet hebben. Dat is niet noodzakelijk, maar zorgt wel voor een verhoging van de inkomensgrens en geeft je dus meer kans op een sociale woning.

    De voorwaarden voor toekenning van een sociale woning verschillen naargelang de huisvestingsmaatschappij. Wil je meer weten over de voorwaarden, neem dan contact op met:

    De overheid werkte steunmaatregelen uit die het voor mensen makkelijker moeten maken om eigenaar te worden van een huis:

    • sociale leningen. Het gaat om voordelige leningen voor kandidaat-kopers waarvan inkomen niet hoger ligt dan een bepaald plafond. De voorwaarden voor toekenning van een sociale lening hangen af van het gewest waar je een huis wil kopen of bouwen, van jouw inkomen, van de samenstelling van jouw gezin, van de gemeente waar je gaat wonen,… Voordelen van een sociale lening zijn o.a.: een lagere rentevoet, lagere notariskosten, lagere dossierkosten, financiële steun tijdens de eerste jaren van terugbetaling van de lening,…
    • premies en belastingvoordelen. Ook al lag jouw inkomen te hoog om voor de aankoop van een gezinswoning een sociale lening te krijgen, je kan voor de renovatie van jouw huis nog altijd premies aanvragen! In tegenstelling tot wat het geval is voor sociale leningen, zijn aan de meeste premies geen inkomensplafonds verbonden.