Scheiding, overlijden of geldproblemen

In de loop van ons leven moeten we heel wat kleine en grote moeilijkheden overwinnen: een scheiding, een sterfgeval, armoede,… Misschien hebben jouw kinderen wel nood aan medische of psychologische bijstand, zonder dat ze daar met jou over willen praten.

Als ouders uit elkaar gaan, heeft dat voor de kinderen heel wat gevolgen. Hoe moet het verder met hen? Dergelijke situaties kunnen ook de grootouders treffen. Soms zien die hun kleinkinderen niet meer.

Sommige kinderen willen hun vleugels uitslaan, maar… hebben daar niet de middelen voor. Dan moet je hen helpen. Word je op een dag behoeftig, dan moeten jouw kinderen financieel bijspringen.

Als een van de ouders sterft, krijgt het kind dan een voogd? Als je hertrouwt en daarna sterft, wie wordt dan jouw erfgenaam?

Over al die pijnlijke vragen kan je maar beter even rustig nadenken.

  1. Het is altijd moeilijk om uit elkaar te gaan. Voor de ouders, maar ook voor de kinderen.

    Elders op deze website komen de mogelijke gevolgen van een scheiding voor kinderen aan bod.

  2. Jouw zoon en zijn vriendin zijn uit elkaar. In het begin logeerden jouw kleinkinderen één weekend op twee bij hun papa. Zo kon je hen nog regelmatig zien. Je weet niet waarom, maar ze komen de laatste tijd niet meer bij hun papa logeren. Je krijgt hen niet meer te zien. Je mist jouw kleinkinderen! Wat kan je doen?

    Grootouders hebben het recht hun kleinkinderen te zien. Als de ouders van die kleinkinderen het niet eens raken om dat mogelijk te maken, kunnen grootouders aankloppen bij de familierechtbank. De rechter zal, in het belang van het kind, beslissen of de grootouders bezoekrecht hebben.

  3. Jouw zoon van 18 is al zes maanden verhuisd. Sindsdien hoorde je niets meer van hem. Gisteren vond je in de post een brief van een advocaat die je vraagt alimentatie voor jouw zoon te betalen.

    Ouders moeten mee zorgen voor het levensonderhoud en de opvoeding van hun kinderen. En voor hun huisvesting. Die verplichting geldt niet meer als jouw zoon gestopt is met studeren. Een kind kan bij de jeugdrechter aankloppen om zijn rechten te laten gelden, ook als het meerderjarig is. Krijgt jouw kind een uitkering van het OCMW, dan kan dat het dwingen hulp te vragen bij jou als ouders.

    Is jouw kind afgestudeerd, is het niet meer van plan verder te studeren of is het daar duidelijk te oud voor? Dan kan het je nog altijd alimentatie vragen op basis van de algemene verplichting die ouders tegenover hun kinderen hebben. Die alimentatie zal lager liggen dan wat ouders betalen aan kinderen die nog studeren. Die verplichting is gebaseerd op de behoefte van het kind (die minder is dan de kosten voor studie, levensonderhoud en huisvesting) én het inkomen van de ouders.

  4. Wil je jouw kinderen een duwtje in de rug geven door hen het bedrag van de notariskosten voor de aankoop van hun eerste woning te lenen? Mooie intenties! Toch is het belangrijk de voorwaarden voor de terugbetaling duidelijk af te spreken. Het kan een goed idee zijn de voorwaarden van de lening op papier te zetten. Zo vermijd je conflicten mocht er discussie ontstaan over het geleende bedrag, de intresten die moeten worden betaald, enz. 

    Vóór je een familielid te hulp snelt, hou ook rekening met de eventueel jaloerse reacties van jouw andere kinderen bijvoorbeeld. Geld en familie gaan niet altijd goed samen! Wees zeker voorzichtig als jouw kind bij jou komt aankloppen omdat het bij de bank geen lening heeft kunnen krijgen. Als banken weigeren iemand geld te lenen, is dat wellicht omdat ze bang zijn hun geld nooit terug te zien. 

    Welke bedragen ontlenen? 

    Ook op dat vlak zijn er geen beperkingen. Zodra je belangrijke bedragen aan iemand leent, moet je bekijken of je er daardoor niet zelf financieel op achteruitgaat. Is het geld dat je uitleent bijvoorbeeld afkomstig van een spaarboekje met intresten, dan zal je op dat deel van jouw spaargeld geen intresten meer ontvangen zolang de lening niet is terugbetaald. Precies daarom kan je voorstellen om intresten te vragen op het bedrag dat je wil uitlenen.

    Als je intresten vraagt

    Wil je intresten vragen op het bedrag dat je jouw kind leent, stel dan een intrestvoet voorop. Je kan je daarvoor baseren op wat je aan intresten zou ontvangen als het geld op jouw spaarrekening zou staan. Ook intrestvoeten op andere beleggingen kunnen als leidraad dienen. 

    Die intresten zijn een roerend inkomen waarop belastingen moeten betaald worden: die belasting heet roerende voorheffing. Ook op de intresten die je van familie of vrienden krijgt, moet er dus roerende voorheffing betaald worden: momenteel 30 % op het bedrag van de intresten. De kredietnemer die de intresten moet betalen, moet de voorheffing doorstorten aan de fiscus. 

    Stel: je leent jouw zoon 2.000 euro. Je spreekt af dat hij op die som een intrest van 5 % - wat neerkomt op 100 euro – per jaar moet betalen. Van die 100 euro moet jouw zoon je 70 euro betalen. De overige 30 euro gaat naar de fiscus (30 % van 100 euro = 30 euro). Het bedrag dat je ontvangt, stemt dus overeen met de afgesproken intresten, verminderd met de roerende voorheffing. Je moet daarop geen andere belastingen meer betalen. 

    Meer informatie over de formaliteiten, het formulier dat de kredietnemer moet invullen en opsturen bij elke betaling, en over de betalingstermijn voor de roerende voorheffing, vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën, rubriek Administraties, Fiscaliteit, Formulieren, Aangifte in de roerende voorheffing.

    Tot slot kan je in het contract opnemen dat verwijlintresten verschuldigd zijn als er te laat wordt betaald. Die verwijlintresten mogen per jaar wettelijk nooit hoger liggen dan 0,5 % van het nog terug te betalen bedrag.

    Hoe moet een schriftelijke overeenkomst eruit zien?

    Zelfs wanneer je geld leent aan een kind stel je maar beter een overeenkomst op. Daarin leg je alle voorwaarden voor de lening vast. Zo voorkom je heel wat problemen die de sfeer in de familie of tussen vrienden kunnen bederven. Neem in de overeenkomst o.a. volgende elementen op:

    • naam, voornaam en volledig adres van kredietgever en kredietnemer;
    • het geleende bedrag, in cijfers en in letters;
    • de reden voor de lening (aankoop vastgoed, wagen, …);
    • de looptijd van de lening (geeft u geen data op, dan kan je wettelijk gezien jouw geld op ieder moment opeisen);
    • de eventuele intrestvoet die op het geleende bedrag wordt berekend, en ook de verwijlintresten;
    • het aantal exemplaren waarin de overeenkomst is opgemaakt (en, indien nodig, het aantal bladzijden);
    • de plaats en de datum van ondertekening van de overeenkomst.

    Vergeet niet de overeenkomst door de kredietnemer te laten ondertekenen.

    Leen je een klein bedrag, dan kan je je tevreden stellen met een schuldbekentenis. Dat handgeschreven document vermeldt gewoon de namen en adressen van kredietgever en kredietnemer én het geleende bedrag. Een schuldbekentenis moet ondertekend zijn.

    Wat als jouw kind je niet terugbetaalt?

    Dat ligt uiteraard gevoelig. Betaalt jouw kind je niet op het afgesproken moment terug, vraag hem dan onmiddellijk waarom. Misschien gaat het om een tijdelijk probleem, dat zichzelf oplost.

    Het kan gebeuren dat je geen bevredigende oplossing vindt. In dat geval heb je geen andere keuze dan op basis van de leenovereenkomst of schuldbekentenis juridische stappen te ondernemen, om de terugbetaling van de lening af te dwingen. Voordien kan je de kredietnemer schriftelijk in gebreke stellen. Schrijf hem daarvoor een brief waarin je formeel vraagt het geld terug te betalen. Pas na zo’n ingebrekestelling beginnen de verwijlintresten te lopen. Om te kunnen bewijzen dat je de ingebrekestelling wel degelijk hebt verstuurd, verzend je ze maar beter per aangetekende brief.

  5. Nee, zolang een van beide ouders leeft, wordt er geen voogd aangesteld. De overlevende ouder oefent dan alleen het ouderlijk gezag uit. Hij neemt alle beslissingen met betrekking tot het kind, behalve die waarvoor voordien al de toestemming van de vrederechter nodig was. Bijvoorbeeld: de verkoop van een huis dat eigendom is van een minderjarig kind.

    Sterf je ook vóór jouw kind 18 jaar oud is, dan wordt jouw zoon of dochter onder voogdij geplaatst. Die voogdij regelt het ouderlijk gezag over kinderen die geen ouders meer hebben. Voogdij heeft betrekking op toezicht op het kind en het beheer van de bezittingen van het kind.

    Wie krijgt de voogdij over jouw kind?

    • ofwel diegene die je als langstlevende ouder in jouw testament of voor het vredegerecht aanduidde, en die door de vrederechter werd aanvaard;
    • ofwel de persoon die door de vrederechter werd aangesteld.

    Een voogd moet het kind niet noodzakelijk onderdak geven, maar zorgt voor het kind en houdt daarbij rekening met wat eventueel door de ouders werd beslist. In het belang van het kind beheert de voogd bovendien de bezittingen van het kind. Alles verloopt onder toezicht van de vrederechter.

  6. Je had gerekend op een comfortabele oude dag. Je spaarde heel jouw leven, en belegde in aandelen. Daarmee dacht je in alle comfort van de herfst van jouw leven te genieten. Maar in 2008 werd het plots crisis. De waarde van jouw aandelen smolt weg als sneeuw voor de zon. Jouw kinderen weigeren je te helpen. Zij hebben het, naar eigen zeggen, al moeilijk genoeg om rond te komen. Kan je hen dwingen je te helpen?

    Ja, kinderen zijn verplicht hun behoeftige ouders te helpen. Let op: dat betekent niet dat hun ouders bij hen moeten inwonen. In functie van hun financiële mogelijkheden, moeten kinderen echter bijdragen in de behoeften van hun ouders. Ontvangen de ouders een uitkering van het OCMW, dan kan dat de kinderen dwingen om hun ouders te helpen.

  7. Sterf je vóór jouw partner, dan krijgt die bepaalde rechten op jouw bezittingen.

    Om goed te begrijpen waarover het gaat, moeten we eerst uitleggen wat ‘vruchtgebruik’ is.

    De volle eigendom over goederen omvat het ‘vruchtgebruik’ en de ‘naakte eigendom’:

    • het vruchtgebruik is het recht om goederen te gebruiken. Gaat het om een huis, dan geeft vruchtgebruik je het recht om er te wonen óf om het huis te verhuren en de huurgelden te ontvangen. Gaat het om een pakket aandelen, dan geeft vruchtgebruik je het recht de dividenden te ontvangen. En ga zo maar door.
    • de ‘naakte eigendom’ is de ‘volle eigendom’ min het ‘vruchtgebruik’.

    Samenvatting:
    Volle eigendom = naakte eigendom + vruchtgebruik
    Naakte eigendom = volle eigendom - vruchtgebruik
    Vruchtgebruik = volle eigendom - naakte eigendom

    Maakte je geen testament, dan erft de overlevende partner het vruchtgebruik van alle bezittingen: de onroerende goederen (hoofdverblijfplaats, tweede verblijf), het spaargeld en de investeringen. De langstlevende mag dus in het huis blijven wonen óf mag het verhuren en de huurgelden ontvangen. En dat zelfs als hij of zij niet in de aankoop van het huis investeerde. De langstlevende krijgt ook de dividenden uit aandelen en de intresten op de bedragen op bankrekeningen. De naakte eigendom gaat naar de wettelijke erfgenamen, in dit geval jouw kinderen. Jouw kinderen erven dus enkel de naakte eigendom van al jouw bezittingen.

    Kan je dat veranderen? Ja, tot op zekere hoogte.

    Heb je kinderen uit een vroegere relatie, dan kan je in het huwelijkscontract voorzien dat de langstlevende echtgenoot geen rechten heeft op de nalatenschap van de ander. Let op: dat geldt voor heel jouw nalatenschap, met uitzondering van de gezinswoning en de inboedel. Zelfs dan, krijgt de langstlevende partner in ieder geval het vruchtgebruik van de gezinswoning.
    Jouw kinderen krijgen dan de naakte eigendom van de gezinswoning en de volle eigendom van de rest van jouw erfenis.

    Ben je al langer dan zes maanden uit elkaar en vroeg je aan de rechter toestemming om apart te gaan wonen, dan kan je in jouw testament alle rechten op jouw erfenis afnemen van jouw partner (of je kinderen hebt, speelt dan geen rol).

    Meer informatie lees je op deze website.

    Wat als je niet hertrouwt, maar wel opnieuw wettelijk samenwoont?

    De situatie is min of meer vergelijkbaar.

    Maakte je geen testament, dan krijgt de overlevende samenwonende (jouw partner) enkel het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. Jouw kinderen erven de rest.

    Kan je het recht op vruchtgebruik ongedaan maken? Ja, met een testament. Je kan, bijvoorbeeld, beslissen om in een testament de gezinswoning en de inboedel aan jouw kinderen te laten. In dat geval krijgt jouw samenwonende partner niets.

    Meer informatie lees je op deze website.

  8. Woon je in Vlaanderen of Brussel dan kan je met heel veel vragen terecht bij de Huizen van het Kind of de Opvoedingswinkels in jouw buurt; studenten of jongeren vinden makkelijk hun weg naar het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) van de school of het Jongeren Advies Centrum (JAC) voor vragen over gezondheid, geld, administratie, juridische kwesties…Ben je erg ongerust, neem dan contact op met het agentschap Jongerenwelzijn van de Vlaamse Gemeenschap: dat kan misschien helpen voor problematische gezinssituaties of jongeren in contact met politie en gerecht.

    In Brussel en Wallonië worden jongeren geïnformeerd, georiënteerd en begeleid door Les services d'Aide à la Jeunesse.

    Voor vragen in verband met seksualiteit, contraceptie, abortus,… kan je in Brussel en Wallonië aankloppen bij de Franstalige Centra voor Gezinsplanning. Je vindt er dokters uit verschillende vakgebieden: huisartsen, gynaecologen, psychologen,…

    Jij of jouw kind kunnen trouwens ook terecht bij het pedagogisch team (belast met het opvolgen van leerlingen: leerkracht, secretariaat, directie,…) van de school waar jouw kind les volgt. In Vlaanderen en Brussel kunnen de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) efficiënte hulp bieden. Studeert jouw kind in het hoger onderwijs, dan kan het zich richten tot de sociale dienst voor studenten van de hogeschool of universiteit.